Vrouwen op Terschelling in de 17e en 18e eeuw
Bij het onderzoek naar families op Terschelling in de 17e en 18e eeuw moet men rekening houden met de bijzondere positie van vrouwen. Terschelling was een eilandgemeenschap waarin de zeevaart een belangrijke rol speelde. Mannen waren regelmatig voor langere tijd van huis en konden soms maanden of zelfs jaren op zee verblijven. De dagelijkse verantwoordelijkheid voor het huishouden, de kinderen en de bezittingen kwam daardoor in belangrijke mate bij de vrouw terecht.
Toch betekende dit niet dat een gehuwde vrouw juridisch dezelfde zelfstandigheid had als haar echtgenoot. In het recht van die tijd werd de gehuwde vrouw in veel situaties als handelingsonbekwaam beschouwd. Haar echtgenoot trad doorgaans naar buiten op en vertegenwoordigde het gezin bij juridische en financiële aangelegenheden.
Dat verschil tussen de juridische werkelijkheid en de dagelijkse werkelijkheid is voor genealogisch onderzoek bijzonder belangrijk.
Een Terschellinger zeeman kon bijvoorbeeld lange tijd afwezig zijn, terwijl zijn vrouw thuis het huishouden draaiende hield. Zij moest ervoor zorgen dat de kinderen werden onderhouden, dat er voedsel was en dat het huishouden functioneerde. Wanneer het gezin daarnaast een stukje land, een huis, een winkel of een ander bezit had, was zij in de praktijk degene die daarmee dagelijks te maken had.
Toch hoeft men haar naam daarom niet in de officiële documenten tegen te komen. Een akte kon op naam van haar echtgenoot worden opgesteld, ook wanneer de vrouw feitelijk een groot deel van de dagelijkse verantwoordelijkheid droeg.
Vrouwen als getuige bij een huwelijk
Ook in de huwelijksregisters kan de positie van vrouwen zichtbaar worden. Bij sommige huwelijksinschrijvingen zien we dat vrouwen als getuige werden vermeld. In bepaalde gevallen werd de naam van een vrouwelijke getuige echter doorgehaald en vervangen door die van een mannelijke getuige.
Dit is een opmerkelijk verschijnsel. Het kan erop wijzen dat vrouwen in een formele juridische context niet altijd dezelfde positie hadden als mannen. Tegelijkertijd moet men voorzichtig zijn met een dergelijke conclusie. Een doorhaling hoeft namelijk niet altijd een juridische betekenis te hebben. Het kan ook gaan om een eenvoudige schrijffout of administratieve vergissing.
Dat geldt zelfs voor de naam van de bruid zelf. In een huwelijksinschrijving kon de naam van de bruid per vergissing worden doorgehaald, waarna deze opnieuw of op de juiste plaats werd vermeld. Dit is in aan de orde in de huwelijksakte van Neeke Cornelis de Boer en Sake Fredriks Leenstra waar de naam van de Bruid is doorgehaald. Een dergelijke doorhaling betekent uiteraard niet dat de vrouw geen partij bij het huwelijk was. Het laat vooral zien dat de registers handgeschreven administratieve documenten waren, waarin vergissingen en correcties voorkwamen.
Voor genealogisch onderzoek is dit een belangrijk onderscheid. Een doorgehaalde vrouwennaam moet daarom niet zonder meer worden geïnterpreteerd als bewijs van een beperkte juridische positie. Eerst moet worden bekeken wie is doorgehaald, waarom dat waarschijnlijk is gebeurd en welke naam ervoor in de plaats is gekomen.
Wanneer bijvoorbeeld een vrouwelijke getuige wordt vervangen door een mannelijke getuige, kan dat samenhangen met de toenmalige juridische of administratieve praktijk. Wanneer echter de naam van de bruid zelf per vergissing wordt doorgehaald en vervolgens wordt hersteld, is er waarschijnlijk sprake van een gewone schrijffout.
Juist deze kleine bijzonderheden in oude huwelijksregisters zijn voor genealogisch onderzoek waardevol. Doorhalingen, toevoegingen en verbeteringen kunnen aanwijzingen geven over de manier waarop een akte tot stand kwam, maar moeten altijd in de context van de volledige inschrijving worden beoordeeld.
De oude registers vertellen ons daardoor niet alleen wie met wie trouwde, maar soms ook iets over de manier waarop de administratie en de juridische praktijk in die tijd functioneerden.
Weduwen namen een bijzondere positie in
Voor de genealogie zijn vooral de weduwen interessant. Wanneer een Terschellinger zeeman overleed, bleef zijn vrouw vaak achter met kinderen en bezittingen. Vanaf dat moment veranderde haar juridische positie. Zij kon zelfstandig optreden en daardoor verschijnt haar naam soms veel duidelijker in notariële en andere akten.
Dat verschijnsel is ook buiten Terschelling goed zichtbaar. In historische bronnen komen vrouwen na het overlijden van hun echtgenoot bijvoorbeeld voor als eigenaresse of als partij bij een koopovereenkomst. Een veel later Terschellinger voorbeeld laat zien dat een weduwe zelfstandig als koper van een huis en erf in een notariële akte kon optreden.
Voor de 17e en 18e eeuw moeten we daarbij niet automatisch aannemen dat iedere weduwe volledig vrij was om over alle bezittingen te beschikken. Ook erfrecht, voogdij en de rechten van minderjarige kinderen konden een rol spelen. Maar de weduwe had in het algemeen een veel zelfstandiger juridische positie dan de gehuwde vrouw.
Dit kan verklaren waarom vrouwen in genealogische bronnen verdwijnen
Stel dat we een vrouw vinden die in 1720 trouwt. In haar huwelijksinschrijving kan zij bijvoorbeeld worden genoemd als: Antje Jans, jonge dochter van Jan Pieters.
Na haar huwelijk wordt zij in andere documenten mogelijk aangeduid als: Antje, huisvrouw van Jan Rommerts.
Haar eigen achternaam kan daardoor in latere documenten verdwijnen. Dat betekent niet dat haar familie onbelangrijk was. Het was eenvoudig de manier waarop vrouwen in veel officiële documenten werden aangeduid.
Na het overlijden van haar echtgenoot kan zij vervolgens weer als: Antje Jans, weduwe van Jan Rommerts verschijnen. Voor een genealoog zijn die drie vermeldingen soms de sleutel om dezelfde vrouw te herkennen.
De zeevaart maakte vrouwen niet juridisch gelijk, maar wel belangrijker in de praktijk
Op een eiland als Terschelling was de situatie extra interessant. De zeevaart zorgde ervoor dat mannen regelmatig afwezig waren. De Amsterdamse archieven bevatten voor Friese plaatsen relatief veel maritieme akten, zoals scheepsverklaringen en bevrachtingscontracten.
Dat betekent dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen de formele macht van de man en de feitelijke verantwoordelijkheid van de vrouw.
Een vrouw kon thuis de volledige zorg voor haar gezin dragen en tegelijkertijd juridisch afhankelijk zijn van haar echtgenoot. Wanneer hij op zee was, kon zij bovendien gemachtigd zijn om bepaalde zaken namens hem te regelen. Daardoor konden vrouwen in de praktijk veel zelfstandiger handelen dan het begrip "handelingsonbekwaam" op het eerste gezicht doet vermoeden.
Wat betekent dit voor de familie De Boer?
Dit is ook van belang bij het onderzoek naar de families op Terschelling . Wanneer we bijvoorbeeld kijken naar Jan Rommerts de Boer en Neeltje Jans Koske, moeten we niet alleen zoeken naar documenten waarin Jan voorkomt.
Ook Neeltje kan in de bronnen onder verschillende aanduidingen voorkomen. Tijdens haar huwelijk kan zij vooral als huisvrouw van Jan Rommerts zijn vermeld. Na het overlijden van Jan zou zij als weduwe van Jan Rommerts kunnen optreden. In een akte kan bovendien haar eigen patroniem of familienaam worden gebruikt in plaats van de naam van haar echtgenoot.
Hetzelfde geldt voor de dochters uit het gezin. Wanneer een dochter trouwde, kon zij vervolgens voornamelijk onder de naam van haar echtgenoot worden vermeld. Hierdoor kan een vrouw in genealogische bronnen soms lijken te verdwijnen, terwijl zij in werkelijkheid gewoon van naam en juridische positie is veranderd.
Daarom is het bij onderzoek naar Terschellinger families verstandig om niet alleen te zoeken op de naam van de man. De namen van echtgenotes, weduwen, moeders en dochters kunnen minstens zo belangrijk zijn om een familieverband te bewijzen.
De bronnen vertellen dus maar een deel van het verhaal
De oude akten geven ons vooral de juridische en administratieve werkelijkheid. Zij vertellen ons wie officieel een huis kocht, wie een schuld aanging, wie een testament maakte of wie als erfgenaam optrad. Maar zij vertellen niet altijd wie binnen het gezin daadwerkelijk de beslissingen nam of het dagelijkse werk verrichtte.
Voor de genealogie betekent dit dat de afwezigheid van een vrouw in een akte niet mag worden uitgelegd als bewijs dat zij geen invloed of verantwoordelijkheid had.
Integendeel: bij een Terschellinger zeemansgezin kan juist de vrouw degene zijn geweest die het gezin gedurende lange perioden draaiende hield.
Daarom is het begrip "juridische onbekwaamheid" eigenlijk maar één kant van het verhaal. De gehuwde vrouw had formeel een beperkte juridische zelfstandigheid, maar in het dagelijks leven kon zij een zeer belangrijke en verantwoordelijke positie innemen. Vooral op een zeevarend eiland als Terschelling kan dat verschil tussen juridische positie en praktische verantwoordelijkheid groot zijn geweest.


